Skip to content

Gewijzigde BOR leidt tot teeltpacht 2.0

In de Successiewet 1956 bestaat een belangrijke vrijstelling voor ondernemers die hun bedrijf via vererving of schenking overdoen aan een derde.  Deze vrijstelling wordt vooral gebruikt bij de overdracht van het bedrijf aan kinderen. De vrijstelling, beter bekend als de  bedrijfsopvolgingsregeling (BOR), is per 1 januari  2024 gewijzigd. Een van die wijzigingen willen wij onder uw aandacht brengen omdat de wijziging voor de agrariër bijzonder nadelig kan uitpakken.

Verhuur onroerend goed

Per 1 januari 2024 geldt de BOR niet langer voor onroerend goed die ondernemers verhuren / verpachten. Dit kan nadelige gevolgen hebben voor de agrariër bij kortstondig uit gebruik geven of kortdurend verpachten. De wetgever heeft dit opgemerkt en daarom een uitzondering gemaakt voor tijdelijke verpachting in het kader van vruchtwisseling, vastgelegd in een schriftelijke teeltpachtovereenkomst. In dat geval is de BOR wel van toepassing.

Hoewel de versoepeling enigszins problemen oplost, blijft er onzekerheid bestaan.

Teeltpacht is volgens het pachtrecht alleen mogelijk voor ‘noodzakelijke’ vruchtwisseling. Als daar geen sprake van is, is er onzekerheid.

Gebruik van teeltpachtovereenkomst

Daar waar gewassen zich er voor lenen kan het verstandig zijn om in 2024 een zogenaamde teeltpachtovereenkomst te sluiten. Het kan zijn dat een teeltpachtovereenkomst vanwege het te telen gewas niet mogelijk is. Dan blijft de pachtvariant ‘geliberaliseerde pacht’ over. In deze situatie is het raadzaam om in de overeenkomst op te nemen dat de grond verpacht wordt vanwege noodzakelijke vruchtwisseling als bedoeld bij teeltpacht. Of dit hout snijdt, is nog onduidelijk en zal afgestemd gaan worden met Grondkamer en Belastingdienst.

LTO NL hoopt samen met de VLB te bewerkstelligen dat de wetgever tot andere inzichten komt en alsnog aanpassingen doorvoert zodat de BOR in alle gevallen van tijdelijke uitgebruikgeving van grond toegepast kan worden.  

In een kader:


Naast reguliere pacht en geliberaliseerde pacht is teeltpacht een pachtvariant, geregeld in het pachtrecht. Deze pachtvariant zal vanaf 2024 sterk toenemen.  

Teeltpacht

Toen teeltpacht in 2018 zijn intrede deed was het doel om flexibel grondgebruik te vergemakkelijken voor teelten met roulatie, om bodemgesteldheid te verbeteren en plantenziekten te voorkomen. De pachter bij teeltpacht heeft geen recht op pachtprijstoetsing door de Grondkamer, geen voorkeursrecht van koop en na afloop geen recht op voortzetting.

Teeltpacht is specifiek voor los land met één- of tweejarige teelten en vereist vruchtwisseling. Denk aan gewassen zoals aardappelen, suikerbieten, schorseneren of lelies.

Registratie Grondkamer
Een teeltpachtovereenkomst moet binnen twee maanden nadat de overeenkomst is aangegaan, ter registratie aan de Grondkamer zijn gezonden. De termijn start op het moment dat partijen wilsovereenstemming hebben en dat moment ligt vaak al (ruim) vóór het moment dat de partijen de afspraken op papier vastleggen.


Auteurs: Frank Rademaekers en Anita van Bavel, werkzaam bij VLB-lid ABAB.

Anita van Bavel, senior jurist agrarisch recht
Frank Rademaekers, manager belastingadvies en lid van de Vaksectie Recht namens ABAB;
Betreft content voor Nieuwe Oogst, rubriek Fiscale Zaken

Wat verandert er in de bedrijfsopvolgingsregeling?

Draag je als (agrarisch) ondernemer je onderneming over aan de volgende generatie of neem je zelf de onderneming over, dan gaat dit meestal niet tegen de vrije waarde. Het verschil tussen de overeengekomen koopprijs en de vrije waarde van een onderneming wordt fiscaal gezien als ‘schenking’ waarover schenkbelasting is verschuldigd. Als de bedrijfsopvolgingsregeling (kortweg BOR) toegepast kan worden, betaalt de bedrijfsopvolger meestal geen of weinig schenkbelasting.

De BOR kan onder voorwaarden gebruikt worden bij schenking van ondernemingsvermogen (en bij vererving door overlijden). Omdat de vrijstelling van schenkbelasting niet geldt voor beleggingsvermogen, is er vaak discussie of iets ondernemings- of beleggingsvermogen is. Dit is aanleiding geweest om de regeling aan te passen. De aanpassingen gaan de komende jaren stapsgewijs in, te beginnen in 2024.  Hieronder enige aandachtspunten.

Aanpassing in 2024 – verhuurd vastgoed

Vanaf 1 januari 2024 is bij het schenken (of nalaten) van een onderneming de bedrijfsopvolgingsregeling niet meer van toepassing op (gedeelten van) verhuurde onroerende zaken. Verhuurd vastgoed in een onderneming (inclusief schulden) wordt vanaf die datum als beleggingsvermogen aangemerkt.  

Wanneer een gebouw een gedeelte van het jaar ter beschikking wordt gesteld aan een ander, wordt er een evenredig deel aan het beleggingsvermogen toegerekend. Als het onroerend goed minder dan 10% van de tijd wordt verhuurd lijkt het geen consequenties te hebben voor de bedrijfsopvolgingsregeling.

Er hoeft geen juridisch (huur)contract aanwezig te zijn; ook het ‘gratis’ in bruikleen geven van een schuur of het verpachten van landerijen kan betekenen dat de BOR hiervoor niet geldt. In de agrarische praktijk heeft dit gevolgen bij onder meer de verhuur van een mestsilo, loods of caravanstalling of een gedeelte ervan.

Uitzonderingen

De aanpassing geldt niet voor ter beschikking gesteld onroerend goed bij:

  • Verhuur voor eigen bedrijfsuitoefening binnen een concern (BV-structuur) of door de vennoot in een personenvennootschap
  • Kortdurende terbeschikkingstelling in de dienstensector, te denken aan hotelkamers
  • Uit gebruik geven van landbouwgrond met een schriftelijke teeltpachtovereenkomst (over deze uitzondering staat in een opvolgend artikel van Frank Rademaekers aanvullend informatie)

Aanpassingen na 2024

Vanaf 2025 wordt een leeftijdsgrens ingevoerd voor de ‘bedrijfsopvolger’, die moet minimaal 21 jaar zijn. Verder wordt de 100%-vrijstelling van BOR verhoogd tot € 1.500.000, maar wordt voor het bedrag daarboven de vrijstelling verlaagd naar 70%.
Daarnaast geldt vanaf 2025 de BOR niet meer voor het privégedeelte van ‘keuzevermogen’. Bedrijfsmiddelen met een waarde boven de € 100.000 die privé worden gebruikt, moeten voor de BOR worden gesplitst. Een voorbeeld hiervan is de bedrijfswoning die bij de bedrijfsoverdracht nog op de balans staat. In 2026 worden de bezits- en de voortzettingseis naar verwachting versoepeld.  

Speelt er een bedrijfsoverdracht? Let er dan goed op of de vrijstelling van de bedrijfsopvolgingsregeling wel voor alle bedrijfsactiva zal gelden.

Ytzen Dijkstra, belastingadviseur en lid van de Vaksectie Recht namens Alfa.
Betreft content voor Nieuwe Oogst, rubriek Fiscale Zaken.

VLB: ‘Betrek agrarisch adviseurs bij nieuwe regelgeving’

In hun bedrijfsvoering hebben boeren te maken met veel wetten en regels. Deze gaan vaak gepaard met hoge administratieve lasten. Recente beleidswijzigingen, zoals de invoering van het nieuwe GLB en de aanscherping van de derogatie, riepen vragen op over de uitvoerbaarheid van dat beleid in de agrarische praktijk.

De Vereniging van Accountants- en Belastingadviesbureau (VLB) roept de beleidsmakers op om aan de voorkant gebruik te maken van de kennis en ervaringen van intermediairs. Agrarisch adviseurs zijn immers dagelijks voor hun klanten actief met uiteenlopende verplichtingen en vraagstukken vanuit wet- en regelgeving.

Rondetafel

In februari 2024 organiseerde de vaste Kamercommissie voor Landbouw het rondetafelgesprek ‘Uitvoerbaarheid van beleid op het boerenerf’. Doel was om meer informatie te vergaren over de knelpunten die zich in de agrarische praktijk voordoen bij de uitvoering van wet- en regelgeving en over de mogelijkheden die er zijn om die knelpunten weg te nemen. Samen met diverse andere sectororganisaties was de VLB uitgenodigd om haar visie te geven.

Knelpunten uitvoerbaarheid beleid

De VLB onderscheidt drie type knelpunten:

  1. Toename complexiteit. Ondanks herhaaldelijke voornemens om de regelgeving eenvoudiger en robuuster te maken, is het tegendeel waar. Daarbij zien we enerzijds een stapeling van beleid en anderzijds tegenstrijdigheden tussen regelingen.
  2. Onvoldoende aansluiting met de praktijk. Er moet een einde komen aan regelgeving die boeren dwingt tot kalenderlandbouw. Veel beleid wordt nog altijd vormgegeven via middelvoorschriften, terwijl voor een hogere acceptatiegraad en betere uitvoerbaarheid de sector gebaat is bij doelvoorschriften.
  3. Beleidsonzekerheid. Het gebrek aan consistent beleid en het gemis van een integrale aanpak van afzonderlijke beleidsdossiers leiden tot versnipperde wetgeving waar de sector op vastloopt.

Maak het simpeler

Een open deur natuurlijk, maar zorg voor versoepeling, vereenvoudiging en vooral vermindering van wetten. Landbouwers zijn goedwillend en zich ervan bewust dat zij extra inspanningen moeten leveren in een steeds veranderende en veeleisende omgeving. De bijkomende verhoging van de administratieve lasten drukt echter op het verdienmodel, dat vaak al marginaal is. Positief is dat de Europese Commissie in maart 2024  GLB-vereenvoudigingsvoorstellen heeft gedaan  om boeren tegemoet te komen.

Betrek adviseurs en uitvoerders ‘aan de voorkant’

Intermediairs hebben een niet te onderschatten rol als het gaat om de uitvoering van beleid in de agrarische praktijk. De VLB adviseur fungeert als onafhankelijk sparringpartner en vertrouwenspersoon voor agrarisch ondernemers. Samen met uitvoeringsinstantie RVO pleit de VLB ervoor om aan de voorkant, bij het ontwerpen van nieuw beleid, betrokken te worden en niet pas op het moment dat publicatie van regelgeving een feit is.

Belangrijk is dat er meer aandacht wordt besteed aan hoe nieuw beleid moet worden uitgevoerd. En ook dan zullen in de praktijk nog zaken misgaan, die je vooraf over het hoofd hebt gezien. Toch zal dit uiteindelijk tot minder frustratie leiden en bijdragen aan het vertrouwen bij agrarische ondernemers. Want dat zijn we met elkaar toch een beetje kwijtgeraakt.

Lees ook:

Jeroen van den Hengel, lid VLB Vaksectie Agro Bedrijfskunde namens Alfa