Skip to content
mest

KringloopTip | Mest scheiden voor een optimale bemesting

Het stikstofbodemoverschot in Nederland ligt ruim boven 100 kilogram per hectare, terwijl het fosfaatoverschot licht negatief is. Het is een uitdaging om het stikstofoverschot te verminderen en voor fosfaat een evenwichtsbemesting te realiseren. Een betere mestverdeling, door het scheiden van mest in een dikke en dunne fractie, kan hierbij helpen.

Stel vooraf een bemestingsplan op, zodat u inzicht krijgt en de meststoffen optimaal kunt inzetten. Denk daarbij aan dat fosfaat leidend is voor een derogatiebedrijf. Ga als volgt te werk:

  • Bepaal de totale hoeveelheid beschikbare stikstof en fosfaat uit dierlijke mest.
  • Breng per perceel de behoefte aan fosfaat en opneembare stikstof in beeld. Houd hierbij rekening met:
    • Toestand van de bodem, NLV voor stikstof en PAL/PW/PAE voor fosfaat
    • Het gewas (gras of mais) en de verwachte opbrengst met daarvan afgeleid de stikstof en fosfaat behoefte.
    • De mest die bij weidegang op het perceel terecht gekomen is.
  • Bepaal aan de hand van drie categorieën de fosfaattoestand voor gras: arm/laag – gemiddeld – ruim voldoende/hoog. De gewenste fosfaatbehoefte kan dan respectievelijk zijn: 110, 90 en 70 kg P2O5/ha.
  • Bepaal aan de hand van drie categorieën de fosfaattoestand voor bouwland: arm/laag – gemiddeld – ruim voldoende/hoog. De gewenste fosfaatbehoefte kan dan respectievelijk zijn: 90, 70 en 50 kg P2O5/ha.

Fosfaattoestand in gescheiden mest

Percelen met een lage fosfaattoestand en een hoge gewasopbrengst hebben meer fosfaat nodig dan percelen met een hoge fosfaattoestand en een lagere gewasopbrengst. Aangezien bij derogatie geen kunstmestfosfaat aangevoerd mag worden, zal de fosfaat uit dierlijke mest moeten komen.

Bij mest scheiden verandert de verhouding N:P2O5. Van drijfmest is het grofweg 3:1, van dunne fractie 4:1 en bij dikke fractie 2:1. In de dikke fractie zit verhoudingsgewijs meer fosfaat, in de dunne fractie meer stikstof. Let wel: het scheidingsrendement kan per type scheider en per mestsoort sterk verschillen.

De dikke fractie past vooral op de percelen met een hoge fosfaatbehoefte en de dunne fractie op percelen met een lage fosfaatbehoefte en een hogere stikstofbehoefte. Vervang op die percelen een deel van de drijfmest door dikke, respectievelijk dunne fractie. Voor de percelen met een gemiddelde fosfaatbehoefte is geen scheiding nodig, die volstaan met de normale hoeveelheid drijfmest.

Klik hier voor een voorbeeld van een optimale mestverdeling op een bedrijf

Bron: MijnKringloopWijzer.nl