Skip to content

De Vereniging van Accountants- en Belastingadviesbureaus ‘VLB’, behartigt de fiscaal/juridische en bedrijfskundige belangen op agrarisch gebied voor haar leden ABAB, Accon avm, Alfa, Countus en Flynth

Nieuws

Van ‘boterberg’ naar fosfaatproductieplafond-Deel 2

Deel 2 van de column van Bert van den Kerkhof gepubliceerd op 13 april 2017 op Agro-Tax – onderdeel van Taxlive.nl – WoltersKluwer

Bert van den Kerkhof vraagt zich af hoe je moet omgaan met een ondernemer die zijn melkveehouderij staakt maar zijn onderneming voort blijft zetten. Welke kwalificatie krijgt de subsidie? Nog meer beladen is de vraag hoe in fiscale zin met de fosfaatrechten moet worden omgegaan.

Met de invoering van de melkveefosfaatreferentie, het fosfaatreductieplan en met ingang van 1 januari 2018 de invoering van het stelsel van fosfaatrechten, wordt nu een muur opgetrokken om de fosfaatproductie in te dammen. Het gevolg is dat er, evenals in de varkens- en pluimveesector, een vergelijkbaar quotumstelsel ontstaat in de vorm van fosfaatrechten.

Hoe hard deze ingreep door de overheid ook lijkt, een tanker die op stoom ligt kan men moeilijk afremmen. Om die reden is aan het begin van dit jaar de subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderrij ingevoerd. In de volksmond wordt deze regeling de stoppersregeling genoemd. Tegen een vergoeding van € 1.200 per melkkoe mogen de melkveehouders die aan de regeling meedoen de rest van het jaar geen melkvee meer houden. De inzet is de hoeveelheid melkkoeien versneld met 60.000 stuks te laten afnemen met als doel de fosfaatproductie in te perken.

Om het geheel nog wat kracht bij te zetten hebben de banken aangegeven dat zij, onder voorwaarden, een liquiditeitsvoorziening van € 1.200 als voorfinanciering verstrekken voor de toekomstige fosfaatrechten. Vindt het stelsel van fosfaatrechten geen doorgang dan hoeft deze voorfinanciering niet meer te worden terugbetaald. ….Leuker kunnen ze het niet maken.

Dat de overheidsregeling op grote populariteit kon rekenen werd tevoren wel ingeschat. In de praktijk bleek zelfs dat op de eerste dag van inschrijving de regeling al met een aanzienlijk aantal aanmeldingen werd overschreden.

Het blijft de vraag of met de subsidieregeling ‘bedrijfsbeëindiging melkveehouder’ de doelstellingen worden bereikt. De term bedrijfsbeëindiging melkveehouderij of stoppersregeling is hierbij enigszins misleidend. De regeling houdt in het kort in dat de melkveehouder in 2017 binnen zes weken na toekenning van de subsidie zijn melkvee en jongvee moet laten slachten of exporteren. Melkkoeien die 6 maanden drachtig zijn krijgen uitstel van executie. Deze melkkoeien mogen eerst nog afkalven om vervolgens inclusief het kalf naar het slachthuis te worden afgevoerd of te worden geëxporteerd.

Na 1 januari 2018 mogen de melkveehouders die nu stoppen volgens de regeling weer melkvee houden. Of dit daadwerkelijk gaat gebeuren is natuurlijk de vraag. Anderzijds moeten deze stoppende melkveehouders voorlopig wel hun bedrijf voort blijven zetten tot de invoering van het stelsel van fosfaatrechten, om in aanmerking te kunnen komen voor de toekenning van fosfaatrechten.

Teneinde de productie van fosfaat te reduceren vindt er bij de invoering van het stelsel een generieke korting plaats die wordt ingeschat op 8%. Vervolgens wordt bij iedere overdracht 10% gekort. Daarna moet de markt de rest doen door de handel in fosfaatrechten.

Fiscaal roepen deze regelingen de nodige vragen op. Hoe ga je om met een ondernemer die zijn melkveehouderij staakt maar zijn onderneming voort blijft zetten? Welke kwalificatie krijgt de subsidie?

Nog meer beladen is de vraag hoe in fiscale zin met de fosfaatrechten moet worden omgegaan. Op basis van het matching principe zou je mogen verwachten dat de investering in fosfaatrechten als bedrijfsmiddel gedurende de nutsperiode afschrijfbaar zou worden gesteld. Opmerkelijk is dat de afschrijving door de staatssecretaris van Economische Zaken wordt geblokkeerd en hij een ‘dam’ opwerpt tegen de afschrijving met als argument dat sprake zou zijn van een prijsopdrijvend effect.

Ingrijpen op de fosfaatproductie door de invoering van een stelsel van fosfaatrechten is ten behoeve van het milieu te rechtvaardigen., Echter ingrijpen op de prijs door de afschrijving niet parallel te laten lopen met de periode waarin het recht nut afwerpt is in economisch perspectief niet te volgen.

 

bert6

 

Bert van den Kerkhof is Hoofd Bureau Vaktechniek bij ABAB en Voorzitter van de Vaksectie Recht van de VLB

Van ‘boterberg’ naar fosfaatproductieplafond-Deel 1

Deel 1 van de column van Bert van den Kerkhof gepubliceerd op 13 april 2017 op Agro-Tax – onderdeel van Taxlive.nl – WoltersKluwer

Bert van den Kerkhof vraagt zich af hoe je moet omgaan met een ondernemer die zijn melkveehouderij staakt maar zijn onderneming voort blijft zetten. Welke kwalificatie krijgt de subsidie? Nog meer beladen is de vraag hoe in fiscale zin met de fosfaatrechten moet worden omgegaan. Lees meer

‘Estate planning’ voor ondernemers loont’

FISCALE ZAKEN. LTO Nederland en de Vereniging van Accountants- en Belastingadviesbureaus VLB werken veel samen in het behartigen van fiscale zaken voor boeren en tuinders. Accountants en adviseurs van de leden van de VLB schrijven in deze rubriek over fiscale onderwerpen. Tekst publicatie in Nieuwe Oogst 18 maart 2017, auteur Alies Visscher.

Het grote kapitaalsbeslag van grondgebonden landbouwondernemingen dwingt agrarisch ondernemers steeds meer tot het nadenken over een goede ‘estate planning’. Hoe kunt u het bedrijf overdragen aan de bedrijfsopvolger waarbij zoveel mogelijk schenk- en/of erfbelasting wordt bespaard? Lees meer

Agenda