Skip to content

De Vereniging van Accountants- en Belastingadviesbureaus ‘VLB’, behartigt de fiscaal/juridische en bedrijfskundige belangen op agrarisch gebied voor haar leden ABAB, Alfa, Countus en Flynth

Nieuws

Afschrijving gebouwen in de BV – bodem in zicht!

Basistekst van de publicatie in Nieuwe Oogst in maart 2019, geschreven door Arne de Beer, lid VLB Vaksectie Recht namens Alfa Accountants en Adviseurs

Bent u ondernemer in de BV? Dan heeft uw BV sinds begin dit jaar te maken met een fiscale afschrijvingsbeperking op gebouwen die in het eigen bedrijf worden gebruikt. Zo’n fiscale wijziging roept vragen op. Geldt de hogere bodemwaarde voor gebouwen ook voor mijn BV en zijn er ook uitzonderingen? Waar kan ik op letten als ik de fiscale pijn wil verzachten?

De tarieven voor de vennootschapsbelasting gaan omlaag. De rekening wordt vanaf 2019 betaald met een afschrijvingsbeperking op gebouwen die in het eigen bedrijf worden gebruikt.

Afschrijving op bedrijfsgebouwen. Bedrijfsgebouwen zijn grote investeringen die lang meegaan. Door erop af te schrijven, reken je de investeringsuitgaven toe aan de jaren waarin je het gebouw gebruikt. De economische levensduur van een gebouw bepaalt de afschrijving op de fiscale winst. Daarnaast moet bij afschrijving rekening worden gehouden met de verwachte restwaarde (wat gebouw en grond opbrengen aan het einde van de levensduur).

BodemwaarderegelingDe afschrijvingen op het bedrijfsgebouw stoppen tijdens de levensduur als een bepaalde boekwaarde wordt bereikt. Dit staat bekend als de fiscale bodemwaarderegeling. Investeringen in een gebouw mogen fiscaal niet verder worden afgeschreven dan tot de bodemwaarde. De bodemwaarde is tot en met 2018 voor gebouwen die de BV zelf gebruikt gelijk aan 50% van de WOZ-waarde. Hierdoor was jaarlijkse afschrijving mogelijk totdat zo’n 50% van de verkoopwaarde van het bedrijfsgebouw (met ondergrond) was bereikt.

Bodemwaarde: 100% WOZ-waarde. De bodemwaarde voor gebouwen in eigen gebruik is vanaf 2019 veel hoger: 100% van de WOZ-waarde. In de praktijk stopt hierdoor de afschrijving op bedrijfsgebouwen in de BV. Er is dan meer vennootschapsbelasting verschuldigd.

Voorbeeld: deze BV heeft in 2015 een nieuw bedrijfsgebouw (met ondergrond: 250.000) in gebruik genomen.

 
Jaar 2015
Jaar 2019
Stichtingskosten
1.000.000
 1.000.000
Afschrijving (cumulatief)
     50.000
    200.000 – (*)
Boekwaarde
   950.000
    800.000
Bodemwaarde
  50% WOZ-waarde
   625.000
100% WOZ-waarde
1.250.000
Fiscale afschrijving dit jaar
      50.000
              0
Liquiditeitsnadeel: meer vennootschapsbelasting (19% over 50.000)
       9.500
(*) cumulatief t/m einde 2018

Let op: voor gebouwen die de BV verhuurt gold al een bodemwaarde van 100% van de WOZ-waarde. Daarvoor verandert dus niets.

Wat zijn belangrijke uitzonderingen?

  • Duurzame gebouwen. Op 75% van de investeringen in een duurzaam gebouw (Groen Label Kas of MDV-stal), kan de BV willekeurig afschrijven. De bodemwaarderegeling geldt niet voor milieu-investeringen. Let op: milieu-investeringen in de periode 2007-2008 vallen niet onder deze uitzondering!
  • Ondernemers in de inkomstenbelasting (vennootschap onder firma, eenmanszaak)
    Voor hen blijft voor een bedrijfsgebouw in eigen gebruik 50% van de WOZ-waarde gelden.
  • Heeft de BV in de periode 2016 t/m 2019 geïnvesteerd in een nieuw gebouw? Dan kan de BV nog afschrijven met de overgangsregeling, zie hierna.

Overgangsregeling nieuwe gebouwen in eigen gebruikMogelijk heeft uw B.V. nog iets aan de overgangsregeling. Na het jaar van ingebruikname mag nog drie jaren worden afschrijven tot aan de (lage) bodemwaarde van 50% van de WOZ-waarde. Pas daarna geldt de bodemwaarde van 100% (en zal de afschrijving vrijwel zeker stoppen).

Jaar eerste afschrijving (ingebruikname) bedrijfsgebouw
Jaren dat de BV nog normaal mag afschrijven tot  bodemwaarde 50% WOZ-waarde
2016
2019
2017
2019. 2020
2018
2019, 2020, 2021

De eerste afschrijving moet vóór 1-1-2019 zijn geweest. Neemt de BV een nieuw bedrijfsgebouw in 2019 in gebruik, dan valt het gebouw direct onder de ‘nieuwe’ bodemwaarderegeling.

Waar op te letten?

  • Is de WOZ-waarde niet te hoog? Beoordeel of de WOZ-waarde die de gemeente vaststelt voor bedrijfsgebouw én grond omlaag kan. Tijdig bezwaar tegen een te hoge WOZ-waarde is verstandig.
  • Werktuigen buiten het gebouw houden. Niet alles in het gebouw behoort ook ‘fiscaal’ tot het gebouw. Installaties die bedoeld zijn voor het productieproces en die verwijderbaar zijn mag uw BV apart afschrijven.
  • Onderhoudsvoorziening vormen. Het blijft mogelijk om voor groot onderhoud een voorziening op te nemen. De toevoegingen aan de voorziening verlagen de winst van uw BV
  • Afwaarderingen bedrijfsgebouw naar lagere bedrijfswaarde. In bijzondere gevallen kunnen uw incourante gebouwen worden afgewaardeerd.

Conclusie. Heeft uw BV bedrijfsgebouwen in eigen gebruik? De fiscaal afschrijving op gebouwen is vanaf 2019 voorbij, u betaalt meer vennootschapsbelasting. Voor  gebouwen die in gebruik zijn genomen van 2016 tot en met 2018 geldt een gewenningsperiode. Investeringen in duurzame kassen en stallen ontspringen de dans.

 

 

 

Arne de Beer

“Landbouw is een speciale doelgroep voor de Belastingdienst”

Bewerkte tekst van het interview met Carola Soethoudt door Geesje Rotgers gepubliceerd in V-focus april 2019

Carola Soethoudt is plaatsvervangend directeur bij de Belastingdienst en is verantwoordelijk voor het dossier Landbouw. Ze is voorzitter van het overleg tussen LTO c.s. en de Belastingdienst, waar uitvoeringsvraagstukken op de agenda staan. Het overleg, in de wandelgangen beter bekend als het Platform Landbouw, vindt drie keer per jaar plaats.  De vereniging VLB neemt als partner van LTO deel aan het Platform Landbouw.

Handelen van aangiftestroom. De Belastingdienst streeft ernaar de aangiften tijdig, juist en volledig in haar bezit te hebben. “Wij proberen het voor de mensen zo gemakkelijk mogelijk te maken, bijvoorbeeld door te werken met vooringevulde aangiftes voor particulieren.” Soethoudt schat dat zo’n 80 tot 90 procent van de belastingplichtigen tijdig en correct aangifte doet. Een relatief klein deel van de belastingplichtigen doet niet die tijdige en correcte aangifte. Vaak is dit door onwetendheid of omdat de regelgeving complex is. Soms neemt een belastingplichtige het gewoon wat minder nauw. Hoe trouw is de agrarische doelgroep bij het doen van aangifte? Soethoudt zegt daar geen inzicht in te hebben. De meest agrariërs vallen onder het segment MKB. Een segment dat zo’n 2,1 miljoen belastingplichtigen telt. “In het verleden heeft de fiscus flink wat procedures gevoerd over specifieke agrarische problematiek. Deze doelgroep was goed in het vinden van ‘mogelijkheden’, maar aan de andere kant is de regelgeving ook niet altijd heel duidelijk. Vaak zijn de feiten en omstandigheden bepalend voor het antwoord op de vraag of iets zwart of wit is.”

Landbouw kent specifiek fiscale regelingen. Eenheid van beleid en uitvoering is belangrijk voor de Belastingdienst. De landbouw is een speciale doelgroep voor de fiscus, die speciale aandacht vraagt. “De landbouw kent een aantal specifieke fiscale regelingen, zoals de landbouwvrijstelling. Geen enkele andere doelgroep heeft dergelijke ‘eigen’ regelgeving. Verder zijn de belangen binnen deze sector groot, er staat veel kapitaal op het boerenerf. In het verleden was er veel discussie met agrariërs over de waarde waarvoor (on) roerende zaken op de balans moesten worden gezet. Want hoeveel is bijvoorbeeld een koe waard?”, vertelt Soethoudt. Dit was reden om een Platform Landbouw in het leven te roepen.

Platform Landbouw. Het Platform Landbouw is een samenwerkingsverband tussen de Belastingdienst en LTO Nederland, waarbij LTO Nederland zich onder andere laat ondersteunen door de vereniging VLB (Vereniging van Accountants en Belastingadviseurs). Samen met het bedrijfsleven worden jaarlijks de zgn. Landelijke Landbouwnormen vastgesteld voor de meest gangbare kostenposten en voor bepaalde bedrijfsmiddelen en voorraden voor agrarische bedrijven. Ondernemers moeten deze normen gebruiken voor het bepalen van de jaarwinst van het bedrijf en de aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.

Afspraken maken aan de voorkant. Binnen de belastingdienst is er een speciaal kennisteam voor specifieke fiscale landbouwkwesties, het centraal aanspreekpunt landbouw (CAL). Hier worden de praktijkcasussen ingebracht vanuit het beleid, het agrarische advies en de Belastingdienst. Deze kennisgroep komt, soms na overleg met het Ministerie van Financiën of externe partijen, met een bindend advies. “Wij maken het liefste ‘aan de voorkant’ afspraken, zodat wij niet achteraf geconfronteerd worden met duizenden bezwaren.

Agro fiscale dossiers. Een recent dossier dat veel heeft gevraagd van de Belastingdienst, betreft de invoering van de fosfaatrechten. “Wij wilden het bedrijfsleven tijdig duidelijkheid geven over de fiscale gevolgen. Bij de fosfaatrechten hebben we te maken met vijf regelingen, zoals de stoppersregeling, de toekenning van de rechten, de toeslag van zuivelbedrijven bij krimp van de melkproductie. Samen met LTO Nederland en de fiscale advieswereld zijn wij begonnen met het inventariseren van de fiscale knelpunten die hier speelden en kwamen uiteindelijk tot ruim 40 fiscale vraagstukken. Wij hebben vervolgens voor al die vraagstukken aangegeven hoe hier in fiscale zin mee moet worden omgegaan. Soms is gekozen voor
een collectieve regeling, soms voor een oplossing op maat waarbij de ondernemer een afspraak moet maken met de locale belastinginspecteur.”
Ook de regelingen die voortvloeien uit de klimaatafspraken vergen veel van de Belastingdienst. Denk aan dossiers over aanleg van windmolenparken en akkers met zonnepanelen. Het onttrekken van grond aan de landbouw voor (tijdelijke) energieproductie heeft fiscale consequenties, waarover afspraken moeten worden gemaakt tussen het bedrijfsleven en de Belastingdienst. De herwaardering van landbouwgrond vanwege de landbouwvrijstelling was tot voor kort een groot issue. Hier kwam het tot proefprocedures omdat de Belastingdienst en de landbouwsector het niet met elkaar eens konden worden. “Wij hebben werkafspraken gemaakt over de behandeling van de belastingaangiftes waarin dit speelt. Zodra er duidelijkheid was, konden alle aangiften, dankzij die werkafspraken, worden afgehandeld. Wij regelen zoiets liever niet met iedere ondernemer afzonderlijk om te voorkomen dat we tienduizenden bezwaarschriften ontvangen. Dat is niet in het belang van de klant en geeft voor ons een enorme workload. Samen met de landbouwvertegenwoordiging hebben wij besloten drie casussen voor te leggen aan de rechter en ons te conformeren aan de uitspraak. Dit werkt voor beide partijen prettig.” “Wij streven bij de uitvoering naar een win-win-situatie voor zowel de landbouw als voor onszelf.”

Horizontale toezichtpartners zijn open. De belastingdienst kent voor fiscale dienstverleners die aantoonbaar hun zaakjes goed op orde hebben een bijzondere toezichtsvorm: horizontaal toezicht. Deze ‘zogenaamde horizontale toezichtpartners’ hebben bij de Belastingdienst een ‘streep’ voor. Soethoudt: “Onder andere alle VLB-kantoren zijn ‘horizontale toezichtpartners’ van ons. Deze kantoren kunnen bedrijven aanmelden voor horizontaal toezicht. Wij werken met hen samen op basis van transparantie en vertrouwen.” De bedrijven geven volledige fiscale transparantie. De Belastingdienst biedt in ruil snelheid. “Wij vertouwen op de cijfers die zij aanleveren en voeren geen extra toetsen en controles uit. Uiteraard is het wel zo dat ook bedrijven onder horizontaal toezicht wel te maken kunnen krijgen met controles. Als er een belastingaangifte binnenkomt van een bedrijf dat is aangemeld voor horizontaal toezicht dan gaan wij daar anders mee om. Wij passen hier bijvoorbeeld de ‘carry backregel’ (verlies verrekenen met de winst van voorgaande jaren) bij oogstschade door bijvoorbeeld droogte of hagel snel toe. Waar horizontale toezichtpartners aangifte doen, geven wij het geld alvast terug. Deze ondernemers hoeven niet lang te wachten op het geld.

In kader: Afspraken met de markt. De Belastingdienst stelt de landbouwnormen vast met partijen die samen zo’n 80 procent van de agrarische markt afdekken. Het is dus mogelijk dat een agrariër zich niet vertegenwoordigd voelt door de partijen waarmee de Belastingdienst de afspraken heeft gemaakt. Soethoudt: “Wij hebben daarom een ‘hokje’ opgenomen in de aangifte met ‘ik ben het er niet mee eens wat in het gezamenlijke overleg is afgesproken tussen partijen’. Dat hokje wordt vrijwel niet aangekruist.”

Melkveefosfaatrechten: meer duidelijkheid voor de praktijk

Bewerkte tekst van de publicatie in Nieuwe Oogst van 23 februari 2019, auteur André Verduijn, lid Vaksectie Recht namens Countus accountants + adviseurs.

Fosfaatrechten kunnen worden overgedragen. Omdat fosfaatrechten nog relatief ‘nieuw’ zijn en net weer anders dan melkquota, blijft het van belang om rekenschap te geven van de fiscale gevolgen. Een tussenstand over belastingaangelegenheden. Lees meer

Agenda