Op 24 april 2026 bestaat de VLB precies 100 jaar. Sinds 1926 behartigt de vereniging de fiscale, juridische en bedrijfskundige belangen van agrarische ondernemers. Wat begon met ondersteuning bij de invoering van belastingwetgeving voor boeren, is uitgegroeid tot een krachtige vereniging die meedenkt over beleid, knelpunten signaleert in de uitvoering en kennis deelt met de hele sector.
In 2026 staan we stil bij deze mijlpaal. Niet alleen met een feestelijke terugblik, maar vooral met de blik vooruit. Want juist in een tijd van transitie in de landbouw, blijft de rol van de VLB als kennispartner en belangenbehartiger van onschatbare waarde.
Wat we vieren in 2026:
- 100 jaar samenwerking tussen accountants en belastingadviesbureaus in het agrarisch domein.
- Een unieke rol als brug tussen agrarische praktijk en overheidsbeleid.
- De inzet van honderden agro-specialisten die elke dag bijdragen aan een weerbare landbouwsector.
- De kracht van inhoud, verbinding en het vertrouwen van onze leden.
We vieren dit jubileum samen met onze leden, partners en stakeholders op 11 juni 2026.
De historie van de vereniging
in het kort weergegeven
Aanloop naar de oprichting
In de eerste helft van de jaren twintig kreeg de agrarische sector te maken met nieuwe fiscale verplichtingen. De Wet op de Inkomstenbelasting 1914 maakte een meer consistente en betrouwbare vastlegging van bedrijfsresultaten noodzakelijk. In de praktijk bleek echter dat veel boeren en tuinders hun administratie onregelmatig en op uiteenlopende wijze voerden, waardoor een juiste vaststelling van het inkomen vaak problematisch was. Onder impuls van landbouworganisaties en fiscale deskundigen ontstond daarom behoefte aan meer uniformiteit en samenwerking. Commissies onderzochten de belastingdruk en ontwikkelden praktische richtlijnen voor het berekenen van de zuivere opbrengst. Deze initiatieven brachten inspecteurs, landbouwvoormannen en vertegenwoordigers van boerenorganisaties samen en versterkten het besef dat standaardisatie en gezamenlijke belangenbehartiging noodzakelijk waren.
Met de oprichting van de Vereniging van Landbouwboekhoudbureaus in 1926 kreeg deze ontwikkeling een structureel karakter. De vereniging zette in op het bevorderen van uniforme boekhoudkundige werkwijzen en het systematisch verzamelen van bedrijfsgegevens. Daarmee werd het inzicht in de financiële positie van landbouwbedrijven vergroot en de positie van agrarische ondernemers richting overheid en belastingdienst versterkt. Tegelijk ontwikkelde de VLB zich tot een verbindende schakel tussen landbouwpraktijk, organisaties en beleidsvorming. In een periode van toenemende economische onzekerheid, en in de aanloop naar de crisis rond 1930, waren betrouwbare cijfers en deskundige ondersteuning van essentieel belang voor het voortbestaan van veel bedrijven.
De pioniers van de VLB
De oprichting van de Vereniging van Landbouwboekhoudbureaus in 1926 was het resultaat van het initiatief van een kleine groep voortrekkers uit de wereld van landbouworganisatie, fiscaliteit en wetenschap. Een centrale rol speelde jhr. J.A. Stoop van Goudswaard, inspecteur der directe belastingen te Tiel. Als voorzitter van de commissie Belastingwezen bracht hij deskundigen en vertegenwoordigers van landbouworganisaties bijeen om te komen tot meer uniforme en praktische richtlijnen voor de bedrijfsadministratie in de landbouw. Zijn inzet droeg in belangrijke mate bij aan de bundeling van bestaande landbouwboekhoudbureaus in een landelijke vereniging.
Daarnaast was prof. dr. W.C. Mees R.Azn. van grote betekenis als rapporteur van de commissie. Vanuit zijn wetenschappelijke achtergrond leverde hij een belangrijke bijdrage aan de bedrijfseconomische onderbouwing van het landbouwboekhouden. Dr. H. Molhuysen, secretaris van het Koninklijk Nederlandsch Landbouw-Comité, fungeerde als organisatorische spil en zorgde voor verbinding met de landelijke landbouworganisaties. Ook voormannen als ir. S.L. Louwes en J. Bommel van Vloten speelden een rol in het bijeenbrengen van kennis en praktijkervaring.
Samen vormden zij de kern van een beweging die het landbouwboekhouden structureel op de kaart zette en de basis legde voor de latere ontwikkeling van de VLB.
Het eerste bestuur (1926)
Met de oprichting van de Vereeniging Landbouwboekhouden in 1926 kreeg de organisatie direct een bestuur dat de verschillende krachtenvelden binnen de agrarische wereld weerspiegelde. Tot het eerste bestuur behoorden ir. Tj. P. Huisman te 's-Gravenhage als voorzitter en dr. H. Molhuysen, eveneens te 's-Gravenhage, als secretaris. Daarnaast namen D. de Boer Dzn. uit Stompetoren, Tj. B. E. Kielstra uit Goes en F. J. A. Keuchenius uit Bergen op Zoom zitting in het bestuur.
Deze samenstelling onderstreepte het landelijke karakter van de jonge vereniging. Bestuursleden brachten zowel bestuurlijke ervaring uit landbouworganisaties als praktische kennis uit de agrarische bedrijfsvoering in. Het bestuur kreeg de taak om de doelstellingen van de vereniging vorm te geven, de samenwerking tussen de aangesloten boekhoudbureaus te stimuleren en het landbouwboekhouden verder te ontwikkelen.
Tijdgeest
- In de beginjaren werd de bedrijfsadministratie door de landbouwer vaak letterlijk tussen het werk door bijgehouden: op veemarkten, aan de keukentafel of 's avonds laat na het melken.
- Door de jaren heen bleef één uitgangspunt centraal: betrouwbare cijfers als basis voor gezonde agrarische bedrijfsvoering.
Houvast en inzicht in crisistijd
In de crisisjaren richtte de VLB zich op het zichtbaar maken en duiden van de sterk verslechterende economische positie van landbouwbedrijven. Via gegevens van aangesloten boekhoudbureaus werden inkomensdalingen en verliezen systematisch in beeld gebracht. Deze informatie vormde een belangrijke onderbouwing bij de beoordeling en vormgeving van steunmaatregelen voor de sector.
Tegelijkertijd zette de vereniging actief in op uitbreiding van deelname aan boekhoudbureaus. Vanuit de VLB en haar voormannen werd boeren nadrukkelijk opgeroepen zich aan te sluiten, zodat zij beter inzicht kregen in hun bedrijfsresultaten en hun bedrijfsvoering konden sturen. Daarmee positioneerde de vereniging zich als instrument voor grip, transparantie en economische weerbaarheid in een periode van diepe crisis.
Leiderschap in crisistijd
Dr. H. Molhuysen, als secretaris, vervulde een sleutelrol in de organisatorische en inhoudelijke ontwikkeling van de vereniging en zorgde voor verbinding met landelijke landbouworganisaties en beleidsmakers. Onder voorzitterschap van prof. dr. ir. G. Minderhoud werd het landbouwboekhouden nadrukkelijk gepositioneerd als instrument om inzicht te krijgen in bedrijfsresultaten en om agrarische ondernemers beter toe te rusten voor de uitdagingen van de crisisjaren.
Daarnaast bleven invloedrijke figuren als ir. S. L. Louwes en jhr. J. A. Stoop van Goudswaard vanuit hun betrokkenheid bij landbouwbeleid en fiscale vraagstukken bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het landbouwboekhouden.
Tijdgeest
- "Onze land- en tuinbouw verkeert in zeer gevaarlijke omstandigheden." Met deze woorden schetste een landbouwvoorman rond 1930 de ernst van de economische situatie, waarin prijsdalingen en onzekerheid het voortbestaan van bedrijven bedreigden.
- Bij de invoering van crisismaatregelen werd duidelijk dat bedrijven met goede administratie beter konden aantonen hoe zwaar zij getroffen waren. Dit gaf landbouwboekhouden bestaansrecht.
- In landbouwbladen verschenen oproepen aan boeren om zich aan te sluiten bij een boekhoudbureau, omdat betrouwbare cijfers noodzakelijk waren om de sector door de moeilijke jaren heen te helpen.
Continuïteit onder uitzonderlijke omstandigheden
Tijdens de bezettingsjaren kwam het georganiseerde verenigingsleven van de Vereeniging Landbouwboekhouden grotendeels tot stilstand. Door de omstandigheden van oorlog en bezetting waren bijeenkomsten en overleg moeilijk te organiseren, terwijl de landbouwsector tegelijkertijd onder strikte overheidsregulering kwam te staan.
De inzet van de VLB verschoof in deze periode naar het in stand houden van de praktijk. Het aantal leden zakte tijdelijk. Maar veel aangesloten boekhoudbureaus bleven hun werkzaamheden voortzetten en zorgden ervoor dat inzicht in agrarische bedrijfsresultaten behouden bleef. Daarmee bleef de informatiebasis beschikbaar voor zowel bedrijfsvoering als toekomstig beleid.
Na de bevrijding pakte de vereniging haar activiteiten snel weer op. De focus lag daarbij op organisatorisch herstel en het aanpassen van de vereniging aan de nieuwe economische en bestuurlijke omstandigheden.
Voormannen in oorlogstijd
Een kleine kern van bestuurders en toezichthouders hield de vereniging in stand. Onder voorzitterschap van prof. dr. ir. G. Minderhoud en met dr. H. Molhuysen als secretaris werd de continuïteit bewaakt en bleef het netwerk van landbouwboekhoudbureaus bestaan. Ook functionarissen als ir. H. Smit en ir. C.H.J. Maliepaard droegen bij aan het behoud van bestuurlijke samenhang.
De oorlogsjaren betekenden het verlies van enkele betrokken voormannen, zoals mr. R. Bouwman, die door zijn invloed en ervaring een belangrijke rol had gespeeld bij het oplossen van fiscale vraagstukken.
Tijdgeest
- In het verslag van november 1945 wordt opgemerkt dat veel leden verhinderd waren om de vergadering bij te wonen door de slechte reisomstandigheden. In de nasleep van de oorlog was vervoer nog ontwricht en reizen was allerminst vanzelfsprekend.
- Na de pauze tijdens de vergadering werd een inhoudelijke lezing gehouden over het invullen van aangiftebiljetten; na jaren van ontwrichting ging men weer terug naar de kern: cijfers, administratie en vakkennis.
- In een vergaderverslag wordt vermeld dat na de oorlog nog maar een klein aantal bestuursleden actief was en dat de organisatie opnieuw moest worden opgebouwd.
Wederopbouwfase
Na de ontwrichting van de oorlogsjaren richtte de Vereniging Landbouwboekhouden zich op herstel en modernisering van het agrarisch bedrijfsbeheer. De inzet lag op het bevorderen van een systematische en uniforme boekhouding, zodat agrarische ondernemers beter inzicht kregen in kosten, opbrengsten en vermogenspositie.
Tegelijk versterkte de vereniging haar rol als belangenbehartiger richting overheid en fiscus, onder meer bij vraagstukken rond belastingheffing, waardering van bedrijfsinventaris en administratieve voorschriften. Intern werd ingezet op kwaliteitsverbetering door het stellen van eisen aan aangesloten boekhoudbureaus en het stimuleren van vakontwikkeling.
Via overleg, vergaderingen, excursies en kennisuitwisseling droeg de VLB actief bij aan verdere professionalisering van het vakgebied en aan beter inzicht in bedrijfsvergelijking en economische ontwikkelingen binnen de landbouwsector.
Voormannen in de wederopbouwfase
- Dr. ir. A. Vondeling – voorzitter van de vereniging rond 1950 en een zeer gezaghebbende figuur in het agrarisch-economisch veld. Hij gaf richting aan de wederopbouw en professionalisering van het landbouwboekhouden en stimuleerde samenwerking tussen de regionale bureaus.
- Ph. C.M. van Campen – voorzitter van de belastingcommissie van de Stichting voor de Landbouw en betrokken bij de advisering aan de vereniging, vooral op fiscaal-economisch terrein.
- Prof. dr. J. Horring – directeur van het Landbouw-Economisch Instituut en adviserend lid; hij bracht wetenschappelijke onderbouwing en statistisch-economisch inzicht in de discussies.
- P. Sytsma – vertegenwoordiger van de Coöperatieve Centrale Landbouwboekhouding te Leeuwarden en een invloedrijke stem vanuit de praktijk van de regionale boekhoudbureaus.
Daarnaast speelden vertegenwoordigers van de grote regionale landbouworganisaties en hun boekhoudbureaus — zoals de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond, Overijsselse Landbouwmaatschappij en Groninger Maatschappij van Landbouw — een belangrijke rol in het bestuur en de beleidsvorming.
Tijdgeest
- In een vergaderverslag uit 1950 wordt met enige trots opgemerkt dat vrijwel alle leden aanwezig zijn. De voorzitter noemt dit een "verblijdend teken" en ziet de hoge opkomst zelfs als bewijs dat de vereniging springlevend is.
- In de stukken over excursies (bijvoorbeeld eind jaren veertig) blijkt dat werkbezoeken aan landbouwbedrijven en instellingen niet alleen vakinhoudelijk waren, maar dienden om banden te versterken en ervaringen uit te wisselen.
- In verschillende notulen klinkt de toon door van 'praktische oplossingen'. Men wilde vooral "werkbare" administratieve oplossingen voor boeren. Minder theorie, meer bruikbaarheid.
Analyse, scholing en kennisontwikkeling
In deze periode richtte de Vereniging van Landbouwboekhoudbureaux zich nadrukkelijk op verdere professionalisering en modernisering van de agrarische bedrijfsvoering. De inzet lag op de ontwikkeling van analyse- en vergelijkingsboekhoudingen, waarbij bedrijfsresultaten systematisch werden verzameld en benut voor economische advisering en beleidsvorming. Zo werd binnen de vereniging, onder meer tijdens de ledenvergadering van januari 1962, actief gesproken over deelname aan overheidsinitiatieven en de voorwaarden waaronder analyseboekhoudingen konden worden gestimuleerd.
Daarnaast investeerde de VLB sterk in opleiding en kennisontwikkeling. Via assistentencursussen en studiedagen over bedrijfsadministratie, financiering en agrarisch recht werd het vakinhoudelijke niveau van medewerkers verhoogd. Ook droeg de vereniging bij aan de ontwikkeling van statistiek en bedrijfsuitkomstenonderzoek, waarmee beter inzicht ontstond in de economische positie van landbouwbedrijven.
Tegelijk vervulde de VLB een rol als overleg- en belangenplatform richting landbouworganisaties en overheid, met aandacht voor fiscale vraagstukken en organisatieontwikkeling. Hiermee groeide de vereniging uit tot een verbindende schakel tussen praktijk, wetenschap en beleid.
Voormannen
Uit de notulen, correspondentie en jaarverslagen van de Vereniging van Landbouwboekhoudbureaux komen vooral de volgende voormannen naar voren:
- B. Meijers (Goes) – voorzitter in het begin van de jaren zestig. Hij speelde een rol bij organisatorische vernieuwing en de positionering van de vereniging in het overleg met landbouworganisaties.
- J. Beugel ('s-Gravenhage) – secretaris en penningmeester. Een belangrijke organisatorische spil betrokken bij correspondentie, financiën en de dagelijkse gang van zaken binnen de vereniging.
- A. Jolink (Groningen) – directeur van een regionaal boekhoudbureau nam in 1961 het secretariaat over en stond voor een verdere decentralisatie en professionalisering van de werkzaamheden.
- Prof. dr. J. Horring – landbouw-economisch deskundige en adviserend lid. Hij leverde wetenschappelijke onderbouwing bij discussies over bedrijfsanalyse, statistiek en modernisering.
Daarnaast bleven vertegenwoordigers van de grote regionale landbouworganisaties en hun boekhoudbureaus invloedrijk binnen het bestuur en de beleidsvorming.
Tijdgeest
- Toen in 1961 het secretariaat werd overgedragen aan A. Jolink, werd het correspondentieadres verplaatst naar zijn kantoor in Groningen. De vereniging volgde haar bestuurder.
- De introductie van analyseboekhoudingen ging vooraf aan discussies tussen leden. Sommige bureaus waren enthousiast over modernisering, terwijl anderen aarzelden.
- Overzichten van het aantal landbouwbedrijven dat bij aangesloten bureaus was aangesloten werden met belangstelling besproken. De stijgende cijfers werden gezien als bevestiging van het nut en de groeiende betekenis van het landbouwboekhouden.
Beleidsinvloed en technologische vernieuwing
Rond het 40-jarig bestaan in 1966 zette de VLB sterk in op drie samenhangende pijlers: belangenbehartiging, beleidsbeïnvloeding en modernisering van het vak. De vereniging leverde een actieve en deskundige bijdrage aan nationale discussies over belastingen, bedrijfsstructuur en inkomensvorming in de landbouw. Via deelname aan commissies en overlegorganen, waaronder die van het Ministerie van Landbouw en Visserij en het Landbouwschap, bracht zij de stem van agrarische ondernemers en hun adviseurs nadrukkelijk in. Fiscale vraagstukken, zoals belastingharmonisatie binnen de EEG, de positie van de agrarische ondernemer in de inkomsten- en winstbelasting en administratieve aspecten van ruilverkaveling, kregen daarbij veel aandacht.
Tegelijk speelde de VLB in op schaalvergroting en technologische ontwikkelingen. Door het organiseren van bijeenkomsten en voorlichtingsactiviteiten over automatisering en uniforme bedrijfsvergelijkingen ondersteunde zij haar leden bij het verbeteren van hun dienstverlening. De vereniging was betrokken bij de eerste stappen richting automatisering van het landbouwboekhouden en participeerde in het Europese boekhoudinformatienet, waarmee zij de sector verder internationaliseerde.
Compacte bestuurlijke kern
- H.P.H. van de Venne (Roermond) – voorzitter tot eind 1970. Vertegenwoordigde de vereniging in overleg met overheid en landbouworganisaties en speelde een rol in de positionering binnen beleidsstructuren.
- H.J. Volriët (Den Haag) – voorzitter vanaf circa 1970. Trad nadrukkelijk naar voren in de jaren zeventig bij belangenbehartiging, modernisering en jubileumactiviteiten.
- A. Jolink (Leeuwarden) – secretaris en organisatorische spilfiguur gedurende vrijwel de gehele periode. Onderhield intensieve contacten met ministeries, het Landbouwschap en internationale netwerken zoals het EEG-boekhoudinformatienet.
- G.W. van Logtestijn – bestuurslid en vertegenwoordiger in commissies en streekorganen; betrokken bij beleidsmatige afstemming en sectorcontacten.
- P.S. Marinus(s)en (Goes) – actief in bestuur en met name betrokken bij organisatorische vernieuwing en automatiseringsontwikkelingen.
- J. de Wit – inhoudelijk voorman op fiscaal-economisch terrein en betrokken bij advisering binnen commissies.
De voorzitter en secretaris — met name Volriët en Jolink — bepaalden het gezicht en de continuïteit van de vereniging.
Tijdgeest
- In notities rond het boekhoud-informatienet en automatiseringsactiviteiten klinkt regelmatig een bijna nieuwsgierige toon. Bestuursleden spraken over de eerste computerverwerking alsof men een nieuwe wereld betrad — met enthousiasme, maar ook met gezonde scepsis over "machines die cijfers sneller zouden begrijpen dan boeren zelf".
- In agenda- en vergaderstukken zie je dat bijeenkomsten vaak strak gepland werden rond reistijden en zaalbeschikbaarheid. Soms werd letterlijk vermeld dat men "tijdig moest afronden vanwege de laatste trein".
- Rond het 50-jarig bestaan (in 1976) klinkt naast inhoudelijke terugblik ook lichte zelfspot: men benadrukt dat landbouwboekhouden ooit als "saai cijferwerk" werd gezien, maar inmiddels een onmisbare rol speelde in modern ondernemerschap.
Herpositionering en versterking van het vak
In deze periode ontwikkelde de VLB zich tot een centrale spil binnen de agrarische accountancy- en adviespraktijk, met een duidelijke focus op belangenbehartiging, kennisontwikkeling en organisatorische versterking. De vereniging speelde een actieve rol in het duiden en beïnvloeden van fiscale ontwikkelingen, waarbij de belastingcommissie structureel overleg voerde over wetgeving die direct van invloed was op de agrarische sector.
Tegelijkertijd werkte de VLB aan modernisering van de eigen organisatie. Er werd nagedacht over een scherpere taakverdeling en segmentering van het vakgebied, zoals accountancy, juridisch en management, om de positie van aangesloten bureaus te versterken.
Binnen de vereniging stond kennisdeling centraal. Via commissies, werkgroepen en bijeenkomsten werden praktijkervaring en vakinhoudelijke inzichten actief uitgewisseld. Daarnaast groeide de internationale oriëntatie, met aandacht voor Europese ontwikkelingen en contacten met buitenlandse instituten, waardoor leden beter konden inspelen op een steeds internationaler wordende agrarische economie.
Stabiele en langjarige leiding
H.J. (Herman Johan) Volriët was al sinds 1961 voorzitter en bleef dat tot juni 1986. Daarmee was hij de dominante bestuurlijke leider van de vereniging in deze jaren.
Andere prominente bestuurders en sleutelfiguren:
- P.S. Marinussen – belangrijke bestuurder en organisatorische spil, o.a. betrokken bij secretariaat en commissiewerk.
- J.P.M. Steeghs – bestuurslid vanaf 1978, vertegenwoordigde een jongere generatie binnen de vereniging.
- G.W. van Logtestijn – trad in 1986 naar voren als nieuwe voorzitter en behoorde in de jaren daarvoor al tot de invloedrijke kring rond het bestuur.
Invloedrijke commissieleden (met name belastingcommissie): A.J.M. van Poppel (voorzitter belastingcommissie rond 1982), A. Nolles, S.J.M. Maas, A. Steenhoek. Adviseur: H.J. Ekkes. Secretarieel steunpunt: J.M. Mes.
Tijdgeest
- Voorzitter H.J. Volriët stond bekend om zijn strakke vergaderstijl. Wanneer discussies te lang doorgingen, kon hij droog opmerken: "We parkeren dit even." Waarna iedereen wist: dit komt terug — en meestal beter voorbereid.
- "Binnen de Belastingcommissie was A.J.M. van Poppel degene die de details nooit losliet. Waar anderen hoofdlijnen zagen, zag hij uitzonderingen — en wist hij ze ook nog te onderbouwen."
- "Volgens tijdgenoten vulden Volriët en Van Poppel elkaar perfect aan: de één bracht structuur, de ander scherpte. Of, zoals wel werd gezegd: 'Volriët zette de lijnen uit, Van Poppel tekende ze na — maar dan preciezer.'"
- "In de periode van organisatieonderzoeken en rapporten (zoals van Berenschot) bleef Volriët hameren op één uitgangspunt: het moest niet alleen goed bedacht zijn, maar ook werken in de praktijk."
Omslag naar bredere advisering
Tegen deze achtergrond richtte de VLB zich op het begeleiden van een duidelijke verschuiving in het vak: van boekhouding naar integraal bedrijfsadvies. De vereniging zette in op professionalisering en kennisontwikkeling, onder meer via studiebijeenkomsten, commissiewerk en nieuwsvoorziening. Leden werden ondersteund in hun ontwikkeling tot bredere adviseurs, met aandacht voor strategisch ondernemerschap, fiscale vraagstukken en begeleiding bij investerings- en milieubeslissingen.
Tegelijk versterkte de VLB haar rol in belangenbehartiging. Door actief overleg en deelname aan beleidsstructuren bracht zij de positie van agrarische ondernemers onder de aandacht in een steeds complexer en internationaler speelveld. Hiermee werd de vereniging een belangrijke schakel tussen praktijk, beleid en ontwikkeling.
Bestuurlijke vernieuwing
Een nieuwe generatie bestuurders nam geleidelijk het leiderschap over. Na het aftreden van voorzitter Volriët in 1986 trad G.W. van Logtestijn naar voren als voorzitter. Onder zijn leiding werd de koers voortgezet van verdere professionalisering en versterking van de positie van agrarische accountants- en adviesbureaus.
Vanaf het einde van de jaren tachtig nam C. van der Kemp het voorzitterschap op zich. In deze periode had de vereniging te maken met veranderingen in landbouwbeleid, milieuwetgeving en Europese regelgeving. Het bestuur speelde een belangrijke rol bij het ondersteunen van de leden in deze transitie. Daarbij waren ook vice-voorzitters zoals B. Jansen en M.J.J. van Vlokhoven en bestuursleden als J.P.M. Steeghs en A. Nolles actief betrokken bij beleidsvorming en organisatieontwikkeling.
In het begin van de jaren negentig werd Steensma voorzitter. A.H. Lievaart vervulde als secretaris/penningmeester een belangrijke organisatorische rol.
Tijdgeest
- "Nieuwe milieuregels betekenen niet alleen verplichtingen, maar ook nieuwe advieskansen."
- "Samenwerking binnen de vereniging versterkt de positie van de agrarische adviseur."
- "Elektronische gegevensuitwisseling opent een nieuwe fase in de dienstverlening."
- "De cijfers krijgen pas waarde wanneer zij richting geven aan ondernemerschap."
- "De adviseur staat steeds dichter bij het ondernemingsbeleid van de boer."
- "De vereniging blijft een kompas in een sector vol beweging."
Strategische focus en gerichte belangenbehartiging
In deze periode koos de VLB bewust voor een scherpere strategische positionering als een compacte en "lean and mean" organisatie. De focus lag op het doelgericht beïnvloeden van beleidsvorming op fiscaal en agrarisch terrein. Daarbij onderhield de vereniging intensieve contacten met ministeries, met name LNV en Financiën, evenals met de Belastingdienst en uitvoeringsorganisaties.
De VLB vervulde een onderscheidende rol als lobby- en kennisorganisatie, juist omdat specifieke agrarisch-fiscale belangen niet structureel door andere beroepsorganisaties werden behartigd. De inzet richtte zich onder meer op vraagstukken rond overdrachtsbelasting, bedrijfsopvolging, btw en Europese landbouwregelgeving.
Naast deze externe focus bleef de vereniging investeren in vakinhoudelijke ontwikkeling. Via maatwerkopleidingen en nieuwe vormen van kennisdeling, zoals e-learning, werden leden ondersteund in hun professionalisering. Ook droeg de VLB bij aan de versterking van de rol van accountants als intermediair bij subsidieregelingen en digitalisering binnen het landbouwbeleid. Hiermee onderstreepte de vereniging haar blijvende relevantie voor sector en leden.
Klein maar betrokken bestuur
Na het voorzitterschap van Romke Steensma nam in 1998 Marco Korff de voorzittershamer over. Onder zijn leiding werd de vereniging sterker gepositioneerd als kennis- en belangenplatform voor de agrarische accountancy en adviespraktijk.
Binnen het bestuur speelden onder meer Johannes Marinus Mes, Dick de Korte, Bert van den Kerkhof en Peter Feijtel een belangrijke rol. Met name Mes had daarnaast als directeur en gevolmachtigde invloed op de dagelijkse koers en de organisatorische ontwikkeling van de vereniging. In de loop van de jaren 2000 werd deze uitvoerende leiding mede voortgezet door Hendrik Willem Rietberg.
Tijdgeest
- "Tijdens ledenbijeenkomsten bleek dat vakinhoud en collegialiteit hand in hand gingen: serieuze discussies over fiscale regelgeving werden vaak gevolgd door borrels waarin regionale verschillen met humor werden uitvergroot."
- In nieuwsbrieven uit het begin van de jaren 2000 klinkt regelmatig trots door over het feit dat jonge adviseurs zich weer meer bij de vereniging aansloten; een teken dat het vak leefde en toekomst had.
- De viering van het 75-jarig bestaan werd door leden ervaren als een reünie: oud-bestuurders en jonge leden troffen elkaar en concludeerden dat de vereniging vooral een netwerk van vertrouwen was.
- In bestuursstukken klinkt soms relativerende humor door: de vereniging werd omschreven als "klein in omvang, maar groot in betrokkenheid".
Versterking als kennisplatform en zichtbaarheid
In deze periode werd de VLB gekenmerkt door haar rol als verbindend kennis- en netwerkplatform binnen de agrarische accountancy- en adviespraktijk. De vereniging zette in op samenwerking, kennisdeling en belangenbehartiging, waarbij de vaksecties Agro Bedrijfskunde en Recht een centrale rol speelden. Leden werden ondersteund bij complexe vraagstukken rond regelgeving, fiscaliteit en accountancy, terwijl intern werd gewerkt aan verdere professionalisering en afstemming tussen kantoren.
Extern positioneerde de VLB zich nadrukkelijk als gesprekspartner richting overheid en beroepsorganisaties, waarmee zij de specifieke belangen van de agrarische sector onder de aandacht bracht en mede richting gaf aan het debat. Het 90-jarig jubileum in 2016 vormde een belangrijk moment van erkenning en zichtbaarheid. Activiteiten en publicaties versterkten de profilering van de vereniging, terwijl de koninklijke onderscheiding van Bert van den Kerkhof de maatschappelijke betekenis van het werk onderstreepte.
Andersoortig georganiseerd
De vereniging ging van een meer klassiek bestuur naar een moderner georganiseerde vereniging met vaksecties en projectmatige aansturing.
- Martin Constant (Marco) Korff – voorzitter tot november 2007.
- Daarna werd het voorzitterschap overgenomen door een nieuwe generatie bestuurders: achtereenvolgens Fried Frederiks, Cees Meijer en daarna door Fou-Khan Tsang.
Directie / ambtelijk leidinggevenden: Martin Huibert Stokvis-Veth – directeur (tot ca. 2009). In latere jaren traden nieuwe functionarissen aan die de dagelijkse organisatie en vaksecties ondersteunden.
Tijdgeest
- "Waar de vereniging ooit groot werd in structuur, werd zij in deze jaren bewust kleiner georganiseerd — maar met meer focus."
- "De kracht van de VLB zat niet in omvang, maar in het netwerk: een kleine groep specialisten met grote invloed achter de schermen."
- "Veel werk gebeurde buiten het zicht: aan overlegtafels, in notities en in stille afstemming met ministeries en Belastingdienst."
- "In een tijd van toenemende regelgeving werd de rol van de adviseur complexer — en daarmee het belang van gezamenlijke kennisdeling groter."
- "De vaksecties vormden het kloppend hart van de vereniging: klein van omvang, maar groot in inhoud."
Multidisciplinair en toekomstgericht
In deze periode kenmerkte de VLB zich door een versterkte inhoudelijke positie en een duidelijke verbreding van haar rol. Na een beleidsherijking rond 2018 zette de vereniging in op verdieping van vakkennis en een multidisciplinaire benadering van vraagstukken in de land- en tuinbouw. De scope van de vaksecties werd verbreed en de vereniging oefende actief invloed uit op beleidsontwikkeling en uitvoering, onder meer richting ministeries en uitvoeringsorganisaties.
Tegelijk ontwikkelde de VLB zich nadrukkelijk als kennisplatform en netwerkorganisatie. Door samenwerking tussen agrarische specialisten te stimuleren, inhoudelijke bijeenkomsten te organiseren en deel te nemen aan sectoroverstijgende netwerken, werd kennisdeling versterkt.
Ook op strategisch vlak speelde de vereniging een rol, bijvoorbeeld via betrokkenheid bij dataplatforms zoals JoinData en structureel overleg met stakeholders. Daarmee droeg de VLB bij aan de duiding en aanpak van complexe thema's als stikstof, klimaat en landbouwtransitie.
Voormannen
Bestuurlijk leiderschap
- Fou-Khan Tsang – voorzitter en belangrijkste gezicht van de vereniging; speelde een centrale rol in de koersbepaling, externe positionering en de voorbereiding van jubilea. Hij trok binnen het bestuur jaren samen op met Bob Seemann (vice-voorzitter), die werd opgevolgd door Serge Evers.
- Jacques Buith, opvolger van Bas Hidding – een bestuurslid met een verbindende rol binnen de vereniging.
Vaksectieleiders
Binnen de Vaksectie Agro-bedrijfskunde en Vaksectie Recht traden opvolgende specialisten op als inhoudelijke voormannen. Veelal ervaren agrarische adviseurs en juristen uit de aangesloten kantoren. Het 95-jarig congres van de vereniging stond mede in het teken van het afscheid van Bert van den Kerkhof. Gedurende meer dan twintig jaar was hij een gezichtsbepalende belangenbehartiger op agro-fiscaal terrein. Het congres vormde ook een moment van overdracht: met de komst van Robin Nijhuis als nieuwe voorzitter werd de continuïteit van de belangenbehartiging onderstreept.
Tijdgeest
- "Niet vanzelfsprekend voortgaan, maar bewust kiezen voor vernieuwing."
- "Het 90-jarig jubileum gaf de vereniging nieuwe energie en zichtbaarheid."
- "Een koninklijke onderscheiding als symbool van jarenlange betrokkenheid."
- "In de vaksecties klopte het inhoudelijke hart van de vereniging."
- "Met kleine groepen grote thema's bespreken, dat typeerde deze jaren."
- "De vereniging werkte vaak achter de schermen, maar met blijvende impact."