Bedrijfsoverdracht van ouders op kinderen is in de agrarische sector eerder regel dan uitzondering. Vaak gebeurt dat niet in één keer, maar stap voor stap waarbij de continuïteit van het bedrijf voorop staat. Fiscale faciliteiten spelen daarbij een cruciale rol. Zonder deze vrijstellingen is het vrijwel onmogelijk om een agrarisch bedrijf onder financieel gezonde omstandigheden voort te zetten.

Een van de belangrijkste faciliteiten is de vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor bedrijfsoverdrachten binnen de familiekring (artikel 15, lid 1, onderdeel b Wet belastingen rechtsverkeer). Deze vrijstelling voorkomt dat bij overdracht van met name de bedrijfsgebouwen met ondergrond en erf direct overdrachtsbelasting moet worden betaald, terwijl daar doorgaans geen liquiditeiten tegenover staan. Het niet kunnen toepassing van deze vrijstelling belemmert de bedrijfsoverdracht en daarmee de continuïteit van de onderneming.

Nieuw en ingrijpend standpunt

Sinds begin 2026 is er echter grote onrust ontstaan. Aanleiding is een kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst over de toepassing van deze vrijstelling bij gefaseerde bedrijfsopvolgingen. Volgens dit standpunt wordt de vrijstelling alsnog ingetrokken als een opvolger een eerder verkregen deel van de onderneming tijdens het overdrachtstraject inbrengt in een bv. De Belastingdienst redeneert dat de onderneming dan niet langer volledig door de verkrijger als natuurlijke persoon wordt voortgezet, waardoor niet meer aan de voorwaarden van de vrijstelling wordt voldaan. Het vervelende is dat dit standpunt in de afgelopen decennia door de Belastingdienst niet kenbaar is gemaakt en actief is toegepast.

Dit betekent dat een vrijstelling die eerder – op het moment van verkrijging – correct is toegepast, jaren later alsnog kan worden teruggenomen. Daarmee krijgt de vrijstelling feitelijk een in tijd onbeperkt voorwaardelijk karakter.

Praktijk botst met uitleg Belastingdienst

Die uitleg botst met hoe bedrijfsopvolgingen in de agrarische praktijk verlopen. Het is juist gebruikelijk dat overdrachten gefaseerd plaatsvinden, vaak vele jaren duren en dat tussentijds de structuur wordt aangepast. Een bv-structuur kan bijvoorbeeld nodig zijn vanwege financiering, groei of risicobeperking. In de praktijk blijft het bedrijf echter gewoon binnen de familie en wordt het voortgezet — alleen in een andere juridische vorm. Hoewel de onderneming dus materieel binnen de familie blijft en wordt voortgezet, leidt de gekozen rechtsvorm volgens de Belastingdienst toch tot verlies van de vrijstelling als de overdracht nog niet volledig is afgerond.

Politieke aandacht, maar geen oplossing

De kwestie heeft inmiddels ook de politiek bereikt. Naar aanleiding van signalen uit de sector zijn namelijk Kamervragen gesteld.

De staatssecretaris van Financiën bevestigt in zijn beantwoording echter dat hij het standpunt van de Belastingdienst volgt. Volgens hem kan bij een tussentijdse inbreng in een bv de overdracht aan de natuurlijke persoon niet meer worden voltooid, waardoor de vrijstelling terecht wordt teruggenomen. Dat het eindresultaat materieel vergelijkbaar kan zijn met situaties waarin eerst volledig wordt overgedragen en pas daarna een bv wordt opgericht, doet daar volgens de staatssecretaris niet aan af.  Een versoepeling van het beleid blijft daarmee vooralsnog uit.

Grote gevolgen voor agrarische opvolging

De impact op de praktijk is aanzienlijk. Lopende bedrijfsoverdrachten komen onder druk te staan en het risico op naheffingsaanslagen neemt toe. Ook bij nieuwe trajecten leidt de onzekerheid ertoe dat ondernemers en adviseurs terughoudender worden of kiezen voor minder efficiënte structuren. Dit wringt des te meer omdat de vrijstelling juist is bedoeld om bedrijfsopvolging te faciliteren. Door de huidige uitleg dreigt zij in de praktijk eerder een belemmering te vormen.

Noodzaak tot duidelijkheid

De huidige situatie is onwenselijk. Agrarische ondernemers hebben behoefte aan duidelijkheid en rechtszekerheid. Het kan niet de bedoeling zijn dat een eenmaal toegepaste vrijstelling langdurig ter discussie blijft staan en achteraf wordt teruggenomen.

Hoewel is aangekondigd dat de regeling wordt geëvalueerd en overleg met de sector plaatsvindt, wordt een concrete oplossing op korte termijn niet verwacht. Tot die tijd blijft onzekerheid bestaan hetgeen de agrarische sector zich juist niet kan permitteren. Alleen met duidelijke en werkbare regels kan worden gewaarborgd dat agrarische bedrijven ook in de toekomst binnen de familie kunnen worden voortgezet.

auteur: L.A.C. (Luc) Adriaansen MSc RB, lid van de Vaksectie Recht namens aaff. De tekst in ingekort gepubliceerd in Nieuwe Oogst.

Deel dit bericht