Sinds 1 maart staat de Gecombineerde opgave weer klaar op mijn.rvo.nl. Agrarische ondernemers moeten hun opgave dit jaar uiterlijk 18 mei 2026 indienen. De Gecombineerde opgave is ieder jaar een belangrijk meetmoment: gegevens worden gebruikt voor de Landbouwtelling, het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en diverse verplichtingen binnen de mestwetgeving. Binnen de VLB ondersteunen de aangesloten organisaties – aaff, Countus en Flynth – ondernemers jaarlijks bij het correct en tijdig indienen van deze opgave. In dit artikel zetten we de belangrijkste punten voor 2026 uiteen.
Door Hemelvaartsdag op 14 mei en de daaropvolgende vrije dag verschuift de uiterste indiendatum dit jaar naar maandag 18 mei. De peildatum blijft echter ongewijzigd 15 mei. Dat betekent dat voor percelen, gewassen en bedrijfsoverdrachten de situatie op 15 mei leidend blijft, ook al mag de indiening enkele dagen later worden gedaan.
Indiendatum verschuift naar 18 mei
Controleer de geregistreerde SBI‑code(s)
In 2025 zijn door de Kamer van Koophandel veel SBI‑codes heringedeeld. Daardoor heeft een aantal ondernemers automatisch een nieuwe of aangepaste code gekregen. Voor de GLB‑subsidies is het van belang dat een bedrijf op 15 mei staat geregistreerd als actieve landbouwer met een passende agrarische SBI‑code. Wanneer landbouw een nevenactiviteit is, blijft het noodzakelijk om tijdig een accountantsverklaring bij RVO aan te leveren om de status van actieve landbouwer aan te tonen.
Extra vragen door de Europese Landbouwtelling
Dit jaar maakt de Europese Landbouwtelling opnieuw deel uit van de Gecombineerde opgave. Daardoor verschijnen in de digitale vragenlijst enkele extra vragen over onder andere bedrijfsvoering, huisvesting van dieren en de opslag van mest. Het pakket is kleiner dan in 2023, maar de aanvullende vragen zijn wel verplicht. De antwoorden dragen bij aan Europese analyses en beleidsvorming op het gebied van landbouw, natuur en milieu.
Intekenen van percelen: juiste titels en duidelijke toestemming
Bij het intekenen van percelen is het essentieel dat de ondernemer de juiste gebruikstitel selecteert, zoals eigendom, pacht of een andere vorm van gebruik. Wanneer grond wordt gebruikt die niet in eigendom is, moet de ondernemer schriftelijke toestemming van de eigenaar kunnen overleggen. Ontbreekt deze toestemming, dan kan RVO besluiten dat het perceel niet subsidiabel is. Dit heeft gevolgen voor zowel de basispremie als voor het in aanmerking komen voor eco‑activiteiten. Zelfs het intekenen van een smalle strook grond van bijvoorbeeld een gemeente of waterschap zonder toestemming kan tot aanzienlijke kortingen leiden. Het is daarom belangrijk om percelen nooit buiten de kadastrale grens van een andere eigenaar te tekenen zonder schriftelijk bewijs van toestemming.
Belangrijke wijzigingen in het GLB voor 2026
Een van de wijzigingen betreft de eco‑activiteit rustgewas. Bedrijven die deze eco‑activiteit willen toepassen, moeten in 2026 een toegestaan rustgewas als hoofdteelt hebben. Bovendien moet op het betreffende perceel in 2023, 2024 of 2025 ten minste één keer een rustgewas zijn geteeld, hetzij volgens de mestwetgeving, hetzij volgens de GLB‑lijst.
Voor de eco‑activiteit stikstofbindend gewas verandert vooral de financiële waardering. De vergoeding daalt in 2026 fors, naar ongeveer € 415 per hectare in regio 1 en € 585 in regio 2, terwijl deze bedragen in 2025 nog ruim vier keer zo hoog waren. Dit zal ertoe leiden dat bedrijven hun strategie binnen de eco‑regeling heroverwegen en mogelijk kiezen voor alternatieven zoals groene braak.
Daarnaast verandert de zichtbare bedekkingsperiode bij grasklaver. Die periode verschuift van 1 april–1 juli naar 1 juni–1 augustus, wat beter aansluit op de praktijk en meer duidelijkheid geeft tijdens controles. Ook zijn bij meerdere eco‑activiteiten de eisen rond zichtbare bedekking verder aangescherpt. Zo moet kruidenrijk grasland voor minstens een kwart bestaan uit kruiden en voor een kwart uit gras, moet onderzaai van vanggewassen minimaal 80% zichtbare bedekking hebben en zijn vergelijkbare voorwaarden geformuleerd voor stikstofbindende gewassen en grasklaver.
Ook de regels voor gewasrotatie (GLMC7) blijven onverminderd van kracht en worden strenger bewaakt. Bedrijven met minder dan 75% grasland moeten nog steeds voldoen aan de drie bestaande rotatienormen: jaarlijks moet op minstens een derde van het bouwland een andere hoofdteelt worden geteeld dan het jaar ervoor; elk perceel moet eens in de vier jaar van hoofdteelt wisselen; en op zand- en lössgronden moet in de periode 2023–2027 minimaal één keer een rustgewas als hoofdteelt zijn geteeld.
Wijzigingen na 18 mei: handel tijdig
Ook na 18 mei kunnen ondernemers nog wijzigingen aanbrengen in de opgave, bijvoorbeeld bij een gewijzigde zaaidatum, een andere nateelt of een eco‑activiteit die toch niet uitvoerbaar blijkt. Het is verstandig om wijzigingen zo snel mogelijk door te voeren en eco‑activiteiten die men niet kan waarmaken tijdig in te trekken. De uiterste datum voor correcties is 15 oktober. De laatst ingezonden versie vóór die datum is bepalend voor de uiteindelijke beoordeling door RVO.
Meer informatie
VLB‑organisaties ondersteunen agrarische ondernemers jaarlijks bij het invullen en controleren van de Gecombineerde opgave en volgen de ontwikkelingen op het gebied van GLB‑regelgeving en landbouwbeleid op de voet. Voor inhoudelijke vragen, interpretatie van regelgeving of praktische ondersteuning kunnen landbouwers een beroep doen op de adviseurs van aaff, Countus en Flynth.

