In de agrarische praktijk komt het regelmatig voor dat landbouwgrond tijdelijk uit gebruik wordt gegeven, bijvoorbeeld bij grondruil tussen agrariërs. Vaak gebeurt dit op basis van mondelinge afspraken.

Let op: deze praktijk kan aanzienlijke fiscale gevolgen hebben, met name voor de toepassing van de landbouwvrijstelling.

Wat houdt de landbouwvrijstelling in?
De landbouwvrijstelling geldt in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Winst door waardeveranderingen van landbouwgrond die dienstbaar is aan het eigen landbouwbedrijf is vrijgesteld tot de WEVAB-waarde (Waarde in het Economisch Verkeer bij Agrarische Bestemming). Dit betekent dat de grond feitelijk moet worden gebruikt binnen de onderneming. Zodra de grond wordt verpacht of op een andere wijze uit gebruik wordt gegeven, is daarvan geen sprake. Voor waardeveranderingen die ontstaan in die periode kan de vrijstelling niet worden toegepast.

Uitzondering: vruchtwisseling
Er bestaat één belangrijke uitzondering: wanneer het uit gebruik geven plaatsvindt in het kader van vruchtwisseling. Vruchtwisseling heeft een dubbele functie. Enerzijds voorkomt en beheerst het ziekten, plagen en onkruiden. Anderzijds draagt het bij aan het behoud en verbetering van de bodemvruchtbaarheid. Het doel van vruchtwisseling is om de grond geschikt te houden of zelfs geschikter te maken voor het gewas dat in het volgende jaar binnen het eigen bedrijf wordt geteeld. In deze situatie blijft de landbouwvrijstelling van toepassing. 

Werkafspraak uit 2014 vervangen door nieuw besluit
De praktische werkafspraak die sinds 2014 gold tussen de agrarische sector en de Belastingdienst over de toepassing van de landbouwvrijstelling bij vruchtwisseling is onlangsingetrokken. Deze afspraak bood jarenlang duidelijkheid over wanneer vruchtwisseling werd aangenomen. In plaats daarvan geldt nu het besluit van 15 november 2025 waarin strengere voorwaarden zijn opgenomen.

De vrijstelling blijft volgens het besluit alleen van toepassing als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  1. Onderhandse overeenkomst: er is een overeenkomst tussen gebruiker en terbeschikkingsteller die is afgesloten voorafgaand aan of op het moment van uit gebruik geven van de grond.
  2. Maximaal één teelt: de periode van uit gebruik geven mag niet langer duren dan één teelt.
  3. Noodzaak voor bodemverbetering: het uit gebruik geven moet aantoonbaar noodzakelijk zijn voor de bodemgesteldheid en de kwaliteit van toekomstige gewassen.
  4. Zelfde gewas na afloop: na ommekomst van de vruchtwisseling moet in beginsel hetzelfde soort gewas worden geteeld als vóór het uit gebruik geven.
  5. Terug naar eigen bedrijf: de grond moet direct na de noodzakelijke termijn weer in gebruik worden genomen binnen het eigen landbouwbedrijf.

Het besluit bevat ook voorbeelden en verduidelijkingen, maar er leven nog veel vragen in de praktijk. Voor lopende contracten geldt er beperkt overgangsrecht.

Wat betekent dit voor u?
Controleer of uw afspraken over het uit gebruik geven van landbouwgrond voldoen aan de nieuwe regels. Het niet naleven van deze voorwaarden kan leiden tot onverwachte belastingheffing bij waardeveranderingen van uw grond.

Rutger Keppel, belastingadviseur, lid namens Flynth van de Vaksectie Recht VLB

Deel dit bericht