Het is voorjaar. De koeiendans is weer geweest, aardappelen zitten in de grond en percelen kleuren opnieuw groen. Zichtbaar werk, dat direct resultaat oplevert en bijdraagt aan tevreden ondernemers. Maar achter dat zichtbare succes gaat een wereld schuil van voorbereiding, afstemming en keuzes die maanden eerder zijn gemaakt. Werk dat grotendeels onzichtbaar blijft.

Dat geldt niet alleen op het erf, maar ook voor het werk van de vaksecties binnen de VLB. Al 100 jaar lang speelt de VLB een rol op de achtergrond van de agrarische praktijk. Niet als belangenbehartiger, maar als signalerende en reflecterende schakel tussen beleid en uitvoering. Juist dat stille, inhoudelijke werk blijkt van grote waarde.

Neem het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en de uitvoering van de eco-regelingen. In de praktijk lopen adviseurs en ondernemers regelmatig tegen knelpunten aan. De VLB brengt deze signalen niet via de politieke lijn, maar rechtstreeks naar de uitvoerende instanties. Bijvoorbeeld bij de afkeuring van ‘groene braak’ doordat groenbemesters zijn doodgevroren. Volgens de regels toegestaan, maar satellietbeelden geven een afwijking. Dan ontstaat er een gat tussen beleid en praktijk. Juist daar zit de rol van de VLB: het gesprek voeren over hoe dit beter kan.

Ook bij ogenschijnlijk kleine kwesties wordt die rol zichtbaar. Denk aan een herverkaveling waarbij een klein deel van een perceel verplicht een rustgewas moet krijgen, terwijl het grootste deel al aan de rotatie-eis voldoet. In theorie klopt het beleid, maar in de praktijk leidt het tot onwerkbare situaties—zoals een strook graan midden tussen de uien. Door dit soort voorbeelden te signaleren en te duiden, helpt de VLB om beleid uitvoerbaar te houden.

Soms leidt dat onzichtbare werk ook tot concrete verbeteringen. Zo is het inmiddels mogelijk om meerdere percelen tegelijk uit de perceelsregistratie te verwijderen—een praktische aanpassing die al langer vanuit de praktijk werd gevraagd. Geen grote beleidswijziging, maar wel een verbetering die dagelijks werk eenvoudiger maakt.

Tegelijk kijkt de VLB nadrukkelijk vooruit. Want waar ondernemers continu anticiperen op de toekomst, geldt dat ook voor beleid. Een belangrijk thema daarbij is doelsturing. Het principe is helder: de overheid stelt doelen, ondernemers krijgen ruimte in de manier waarop ze die behalen. Maar de vraag is hoe dat in de praktijk uitpakt.

Vanuit de VLB ligt de focus daarbij niet op de wenselijkheid van doelen, maar op de uitvoerbaarheid. Zijn de benodigde KPI’s te herleiden uit bestaande administraties? Of vraagt dit om nieuwe datastromen en extra registratielast? En hoe ‘hard’ zijn die gegevens juridisch gezien? Het zijn vragen die bepalend zijn voor de werkbaarheid op het erf én op kantoor.

Waar belangenorganisaties zoals LTO Nederland en BO Akkerbouw zich richten op wat haalbaar en wenselijk is, brengt de VLB de praktische consequenties in beeld. Niet op de voorgrond, maar wel essentieel voor een goed werkend systeem.

Daarnaast neemt de VLB ook verantwoordelijkheid in de uitvoering. Met de leden aaff, Countus en Flynth heeft de organisatie een groot bereik in de agrarische sector. Dat maakt het mogelijk om kennis en inzichten daadwerkelijk toe te passen. Bijvoorbeeld via deelname aan het Convenant verlaging ruw eiwit in melkveerantsoenen, waarbij adviseurs concreet met ondernemers aan de slag gaan.

Zo beweegt de VLB zich al een eeuw lang tussen beleid en praktijk. Vaak buiten het zicht, maar met merkbare impact. Door te signaleren, te reflecteren en vooruit te kijken, draagt de VLB bij aan beleid dat niet alleen klopt op papier, maar ook werkt in de praktijk.

Juist in een tijd waarin de druk op de sector toeneemt en regelgeving complexer wordt, blijft dat onzichtbare werk onmisbaar. Misschien niet altijd zichtbaar, maar des te bepalender voor de toekomst van de agrarische sector.

Rick Hoksbergen, lid VLB Vaksectie Agro- bedrijfskunde namens Countus

Deel dit bericht