Het is weer aangiftetijd en ondernemers zullen extra moeten letten op de regeling “Willekeurige afschrijving 2023” als zij of hun adviseurs de aangiften over 2023 gaan oppakken. Naast de willekeurige afschrijving op milieubedrijfsmiddelen en de willekeurige afschrijving voor startende ondernemers, is er in 2023 een eenmalige, nieuwe regeling met willekeurige afschrijving. Deze regeling geldt voor bepaalde nieuwe bedrijfsmiddelen. Uitgezonderd zijn o.a. gebouwen, bromfietsen en motoren, personenauto’s met CO2 uitstoot en niet bestemd voor beroepsvervoer, immateriële activa, dieren en bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk zijn bestemd voor verhuur.

Investeringen in bedrijfsmiddelen in 2023 kun je willekeurig afschrijven tot 50% van het afschrijvingspotentieel, dus over 50% van de aanschafprijs minus de restwaarde. Op het restant pas je dan de gewone afschrijving toe.
Het bedrijfsmiddel moet in gebruik genomen zijn vóór 1 januari 2026. Goed om te weten is dat er binnenkort een aantal voorbeelden aangaande de Willekeurige Afschrijving 2023 op de site van de Belastingdienst zullen verschijnen. Dit zal de praktijk verder gaan helpen.

Naast hetgeen hiervoor is gezegd zijn er een aantal valkuilen c.q. extra weetjes. Ze worden hieronder benoemd.

Willekeurige deel benutten in 2023
Wees er attent op dat je het willekeurige deel alleen in 2023 kunt benutten. Denk niet van “oh, dat deel van de 50% die ik nog niet benut heb schuif ik wel door naar 2024 of later”. Dat kan met deze regeling niet! Dit in tegenstelling tot andere regelingen op dit vlak zoals de Vamil (bepaalde op een lijst voorkomende milieu investeringen) of de WASO (voor starters) waar dat wél kan. Dus als je willekeurige afschrijving wilt benutten, doe dat dan ten volle in 2023.
Als je de 50% willekeurige afschrijving niet benut, kun je dat deel wel toerekenen aan de overige, reguliere deel van de afschrijving en het totaal wat af te schrijven is dan in zijn geheel op de reguliere wijze afschrijven.

Willekeurige afschrijving en regulier deel in 2023
Willekeurige afschrijving en het gewone deel van de afschrijving van hetzelfde jaar mogen cumuleren. Naast willekeurige afschrijving kan in het boekjaar dus ook nog de gewone afschrijving worden toegepast op het restant. Je hebt per saldo dan dus meer dan de 50% aan afschrijvingsmogelijkheid.

Willekeurige afschrijving en herinvesteringsreserve op hetzelfde bedrijfsmiddel
Let op bij situaties waarbij op de aanschaffingskosten van een bedrijfsmiddel zowel een herinvesteringsreserve (HIR) wordt afgeboekt als willekeurige afschrijving kan worden toegepast.
Als op de aanschaffings- en voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen waarop willekeurig kan worden afgeschreven een HIR wordt afgeboekt, wordt het bedrag van de afboeking geacht willekeurig te zijn afgeschreven. Dit kan bij de tijdelijke willekeurige afschrijving 2023 ertoe leiden dat minder dan 50% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten willekeurig kan worden afgeschreven.

Voorbeeld:
Aanschaf en ingebruikname van een nieuwe trekker in 2023 voor € 100.000 met een restwaarde van € 10.000. De ruimte o.b.v. de tijdelijke willekeurige afschrijving is dan in principe: 50% * (€ 100.000 – € 10.000) = € 45.000.
Maar als er in 2023 nog een HIR van € 40.000 open staat op een kort daarvoor verkochte machine dan moet deze eerst afgeboekt worden. Deze afboeking van de HIR ad € 40.000 wordt namelijk geacht willekeurig te zijn afgeschreven. De afboeking van de HIR: € 100.000 -/- € 40.000 = € 60.000.
Er kan in dit voorbeeld dan dus nog maar € 5.000 willekeurig afgeschreven worden.
Mocht er naast de nieuwe trekker in 2023 nog een ander tweede hands bedrijfsmiddel gekocht worden dan kan de HIR daarop afgeboekt worden en kan optimaal van beide regelingen gebruik gemaakt worden.

Robin Nijhuis, voorzitter Vaksectie Recht van de VLB, senior belastingadviseur bij Flynth.
Betreft content voor Nieuwe Oogst, rubriek Fiscale Zaken.

Deel dit bericht